
Het leven in het seminarie werd gekenmerkt door een strenge regime, de afstandelijkheid van de professoren tegenover de seminaristen en hun gebrek aan privacy, ondanks de beschikking over een eigen kamertje.
Een dag in het leven van een seminarist
De seminaristen stonden tijdens de weekdagen en ook op zaterdag om 06.00 uur op. Na zich gewassen en gekleed te hebben, volgden zij om 07.15 uur de (gezongen) eucharistieviering, en ontbeten om 08.15 uur, gevolgd door een kort ontspanningsmoment. Vanaf 9.15 uur kregen zij les, van 10.15 tot 10.45 uur en van 11.35 tot 11.45 uur door recreatie onderbroken. Vanaf 12.30 uur was er meestal gezamenlijke zangles in de kapel. Om 13 uur volgde, na het middaggebed, het middagmaal.
Daarna werd hen een korte recreatie toegestaan, terwijl ploegen in beurtrol de tuin onderhielden. Om 14.30 uur startten opnieuw de lessen of was er studie in de gemeenschappelijke studiezalen of in de auditoria. Om 18.30 uur was er het avondmaal en daarna volgde een uurtje ontspanning.
Om 20.15 uur volgde het avondgebed en vanaf dan moest er volledige stilte gehouden worden. Om 21.30 uur werden de seminaristen verondersteld in bed te zijn.

Streng regime
Op zondag konden de seminaristen een half uurtje langer slapen en waren er geen lessen. Er was dan wel meer liturgie en meditatie: om 10 uur de Hoogmis, daarna een uurtje studie, en in de namiddag een stevige wandeling of een andere vorm van fysieke ontspanning. Na het middagmaal mochten de seminaristen bezoek ontvangen, waarna zij zich terug op studie, meditatie en gebed moesten concentreren.
Vakanties waren schaars: van tweede Kerstdag tot tweede nieuwjaarsdag, veertien dagen vanaf Paasmaandag, en de zomervakantie van half juli tot half september. Van het lezen van een krant was geen sprake; zelfs het luisteren naar de radio was verboden.
De briefwisseling van de studenten filosofie werd geopend en indien dat wenselijk werd geacht, gecensureerd. De seminaristen stonden zelf voor het onderhoud van hun kamer in. Voor de schoonmaak van de gemeenschappelijke lokalen en de gangen zorgden arbeiders van de onderhoudsploeg, maar meermaals staken de studenten een handje toe.